Home | Natuur | Paddestoelen

Paddestoelen

image

Donkergrijze ridderzwam

Deze paddestoel herkent u aan de zwartige, vezelige schubben op de hoed en aan de grijzige plaatjes van volwassen exemplaren. De hoed is drie tot acht cm breed en kegelvormig tot uitgespreid en plat; hij heeft een stompe knobbel in het midden en is meestal grijs of bruingrijs.
Advertisement
image

Duinstinkzwam

Deze paddestoel heeft bijna dezelfde kenmerken als de grote stinkzwam, met dit verschil dat hij alleen in warme streken voorkomt en het omhulsel van het ei, de beurs en de myceliumdraden rozig tot paars zijn. Het jonge vruchtlichaam is bol- tot eivormig. Het heeft een diameter van twee tot vijf cm en is onderaan voorzien van een myceliumsnoer. ...
>>> verder
image

Dunne weerschijnzwam

Deze paddestoel is te herkennen aan het oranje- tot kastanjebruine, behaarde oppervlak en aan de randen van de buisjes die bij jonge exemplaren wittig berijpt zijn. De hoeden zijn vier tot 22 cm breed, kunnen vier cm dik worden en zijn drie tot twaalf cm van het substraat verwijderd. ...
>>> verder
image

Cantharel of hanekam of dooierzwam

Deze cantharel is karakteristiek door de gelige kleur van de hoed en de plooien, en de kruidige smaak van het witgele vlees. De hoed is twee tot acht cm breed en in het begin vlak en bolrond of plat. Bij volgroeide exemplaren is hij trechtervormig. ...
>>> verder
image

Cantharellus friesii

Kenmerkend voor deze paddestoel is de oranjegele tot oranjerode kleur van de hoed en steel. De plooien zijn lichter, vooral bij volgroeide exemplaren. De hoed is twee tot vijf cm breed, in het begin ietwat bolrond en later trechtervormig. ...
>>> verder
image

Cantharellus xanthopus

Deze paddestoel heeft een bruine, golvende hoed en een holle, oranjegele steel. De onderkant van de hoed is voorzien van gele tot kleurloze nerven. De hoed, drie tot zeven cm breed, is aanvankelijk ingedeukt maar al snel trechtervormig en heeft een golvende, gerimpelde rand. ...
>>> verder
image

Catathelasma imperiale

Deze paddestoel kenmerkt zich door een taaie, blijvende ring; bij jonge exemplaren kunt u meestal daarboven ook nog een vergankelijke ring aantreffen. De hoed is vijf tot twintig cm breed, vlezig, heeft een omgekrulde rand, een schubbig midden en is licht- tot donkerbruin van kleur. ...
>>> verder
image

Chroogomphus helveticus

Kenmerkend voor deze paddestoel is het droge, donzige tot schubbige oppervlak van de hoed. Hij groeit in sparrenbossen en ook onder sommige dennen. Bij jonge exemplaren is de hoed vier tot acht cm breed, halfbolvormig tot stomp kegelvormig met een gebogen rand. ...
>>> verder
image

Clavariadelphus flavo-immaturus

Deze paddestoel herkent u meteen aan het knotsvormige, geel- tot okerkleurige vruchtlichaam dat bij veroudering nooit bruin wordt. Het vruchtlichaam, vijf tot tien cm hoog en zes tot dertig mm breed, is in het begin bijna cilindrisch of smal knotsvormig. ...
>>> verder
image

Clitocybe alexandri

Het vlezige vruchtlichaam heeft een viltig tot schubbig hoedvlies. De hoed is vijf tot twintig cm breed, gewelfd en vlak tot licht ingedeukt en heeft geen knobbel in het midden. De hoedrand is gedurende een vrij lange tijd duidelijk omgekruld. ...
>>> verder
image

Clitocybe inornata

Kenmerkend voor deze paddestoel zijn de sombere kleur van de plaatjes en het onaangenaam ruikend vlees. De hoed is vier tot tien cm breed en gewelfd tot uitgespreid. Hij heeft in het begin een strak omgebogen rand en is meestal gegroefd en geribd; het oppervlak is fijn donzig, dof en lichtgrijs tot grijsbruin. ...
>>> verder
image

Collybia asema

Het oppervlak van hoed en steel is altijd grijzig getint; de rand is licht van kleur en de knobbel in het midden donker. De hoed is drie tot zes cm breed, eerst klokvormig, later ietwat bolrond tot plat en meestal voorzien van een duidelijke knobbel in het midden. ...
>>> verder
image

Baardige melkzwam

Deze paddestoel is te herkennen aan het concentrische, ringvormige patroon op de hoed en aan de gedurende lange tijd omgekrulde, harige rand. De hoed is vier tot twaalf cm breed, in het midden ingedeukt, bruinzwart of oranje en meestal met de tijd wat verblekend. ...
>>> verder
image

Berkeboleet

Deze soort kenmerkt zich door een bruine hoed en wit vlees dat bij doorsnijden donker kleurt. De hoed is vier tot vijftien cm breed, eerst halfbolvormig, later ietwat bolrond. In het begin is hij licht behaard en later glad. Hij is meestal bruin tot bruingrijs, soms geel- of roodbruin. ...
>>> verder
image

Berkeridderzwam

Deze ridderzwam kenmerkt zich door een bijna getande hoedrand, plaatjes die aanvankelijk gelig zijn maar langzamerhand bruinig worden, en geel vlees in de steel. De hoed is vier tot tien cm breed, bolrond tot plat en heeft een stompe knobbel in het midden. ...
>>> verder
image

Biefstukzwam

Deze soort kenmerkt zich door een leverachtige consistentie van het jonge vlees, waaruit bij doorsnijden een bloedrood vocht sijpelt. Het vruchtlichaam heeft een diameter van tien tot twintig cm en is twee tot vijf cm dik. ...
>>> verder
image

Bittere boleet

De hoed van deze boleet is zes tot vijftien cm breed, eerst bolrond en later plat tot kussenvormig. Hij heeft een stompe rand en dik vlees. Bij jonge vruchtlichamen is het oppervlak fijn donzig en dof, later glad; het heeft een licht-, olijfbruine tot donker bruingrijze kleur. ...
>>> verder
image

Boletopsis leucomelaena

Kenmerkend voor deze paddestoel zijn het vlezige vruchtlichaam, de rookgrijze hoed, de wittige tot grijze buisjes en poriën en de donkere steel. De hoed is vijf tot vijftien cm breed, bolrond, golvend en heeft in het begin een naar binnen gebogen rand. ...
>>> verder
image

Boletus fragilipes

Deze paddestoel kunt u herkennen aan het fluwelige, berijpte hoedvlies, dat nooit barstjes vertoont. De hoed is drie tot tien cm breed, olijfbruin, bruingrijs tot bruinzwart, met vaak een vleugje paarsrood. De poriën zijn geel tot groengeel, maar krijgen op gekneusde plekken een rookblauwe kleur. ...
>>> verder
image

Boletus junquilleus

Deze boleet is te herkennen aan de gele kleur van de hoed, poriën, steel en vlees en aan de blauwe plekken als gevolg van een beschadiging. De hoed is vijf tot vijftien cm breed, halfbol- tot kussenvormig en heeft een licht fluwelig oppervlak. ...
>>> verder
image

Boletus regius

Deze soort onderscheidt zich meteen van de andere boleten door de roze hoed en de gele kleur van de steel, poriën en vlees. De hoed is zes tot vijftien cm breed, halfbol- tot kussenvormig, eerst donzig en later glad. Hij is vaak gevlekt en in droge toestand gebarsten. ...
>>> verder
image

Boletus separans

Deze paddestoel heeft een opvallende geur. Bovendien kenmerkt het jonge vruchtlichaam zich door de paarsige hoedrand. De hoed is vijf tot twaalf cm breed en bij jonge exemplaren halfbolvormig, daarna kussenvormig, soms hobbelig of gegroefd. Het oppervlak is eerst fijn donzig, later onbehaard en tot het moment van volledige rijping berijpt, vooral op de rand. ...
>>> verder
image

Boletus speciosus

Het opvallendste kenmerk van deze paddestoel is de rozige kleur van de hoed, van het middenstuk van de steel en van het vlees in de voet, dat zichtbaar wordt bij doorsnijding. De hoed is zes tot twintig cm breed, bolrond tot kussenvormig, vlezig , vaak met een gerimpeld tot hobbelig oppervlak, droog, dof, donzig in het begin, later glad. ...
>>> verder
image

Boletus torosus

Dit is een warmteminnende of thermofiele, buitengewoon forse boleet met blauw kleurend vlees. De hoed is vijf tot vijftien cm breed en heeft in het begin een fijn donzig en later een glad oppervlak. Hij heeft meestal een oudroze kleur die bij aanraking blauw tot roodachtig wordt. ...
>>> verder
image

Braakrussula

De hoed is bloedrood en kleurt in het middel geel. De plaatjes en de steel zijn wittig; de smaak is zeer scherp. De hoed is drie tot negen cm breed, is aanvankelijk glad op de rand, later gegroefd en heeft bij vochtig weer een glimmend, plakkerig oppervlak. ...
>>> verder
image

Breedplaatwortelzwam

Deze paddestoel, ook wel breedplaatstreephoed genoemd, is te herkennen aan de buikige, soms wel drie cm hoge plaatjes en aan de myceliumdraden waarmee de steel met het onder de grond verborgen hout verbonden is. ...
>>> verder
image

Breedste bekerzwam

De vruchtlichamen van jonge exemplaren zijn glad en bekervormig en van oude exemplaren ruw en plat. Ze hechten zich vast op hout of in de grond. Het vruchtlichaam is vier tot vijftien cm breed en in het begin kelkvormig, met het verouderen wordt het platter en krijgt het een gelobd uiterlijk. ...
>>> verder
image

Bronskleurig eekhoorntjesbrood

Kenmerkend voor deze paddestoel is de kastanje- tot zwartbruine hoed die opvallend contrasteert met de wittige poriën van jonge exemplaren. De hoed is vijf tot twintig cm breed, halfbolvormig, uitgespreid tot bijna vlak, heeft dik vlees en vertoont vaak rimpels. ...
>>> verder
image

Bruine anijszwam

Kenmerkend voor deze paddestoel zijn de meestal anijsachtige geur van het vlees en de groeiwijze : in bundels op dood hout. De hoed is twee tot zeven cm breed, trechter-, schelp- of lepelvormig en heeft een gebogen rand. Hij is buigzaam, glad en meestal vlees- tot okerkleurig. ...
>>> verder
image

Bruine bundelridderzwam

Deze paddestoel met een bruingrijze, betrekkelijk lichte hoed groeit in bundeltjes op de grond. De hoed is vijf tot twaalf cm breed en heeft in het begin een omgekrulde rand; het oppervlak is glad en meestal bruingrijs. De plaatjes staan zeer dicht opeen, zijn dun en wittig tot roomwit; bij oude vruchtlichamen zijn ze soms wat grijs tot vleeskleurig getint. ...
>>> verder
image

Bruine ringboleet

De poriën van jonge exemplaren zijn bedekt met een dik, wittig vlies dat bij het scheuren een paarsbruine ring om de steel nalaat. De hoed is vier tot twaalf cm breed, bolrond tot kussenvormig, vrij lang bedekt met een dikke slijmlaag en droog bij oude exemplaren. Hij vertoont een licht gegroefde en straalsgewijze adertekening en is meestal chocolade- tot roodbruin met een paars tot olijfkleurig tintje. ...
>>> verder
image

Aardappelbovist

Het vruchtlichaam is koolvormig en heeft bij doorsnijden de vorm van een boon. Het oppervlak is schubbig, crèmekleurig tot geelbruinig, terwijl de binnenkant paarsblauw tot zwart is. Het vruchtlichaam is drie tot twaalf cm breed en twee tot zeven cm hoog. Eerst is het bolvormig, later langwerpig en knol- tot boonvormig. ...
>>> verder
image

Afgeknotte knotszwam

Kenmerkend voor deze soort is het afgeknotte vruchtlichaam dat aan de bovenkant lijkt te zijn afgesneden. Het vruchtlichaam is zes tot vijftien cm hoog. Onderaan is het één tot twee cm en bovenaan drie tot zes cm breed. Meestal is het knotsvormig. Aan de bovenkant is het vruchtlichaam afgeknot en plat, in het begin soms wat ingedeukt. ...
>>> verder
image

Agaricus chionodermus

Het witte oppervlak van zowel hoed als steel van deze paddestoel is bezet met karakteristieke schubben. De hoed is vier tot vijftien cm breed en vlezig. De plaatjes zijn laag, aanvankelijk wit, daarna vrij lang roze en bij oude exemplaren chocoladebruin van kleur. ...
>>> verder
image

Agaricus squamulifer

Deze paddestoel heeft niet alleen bruine schubben op zijn hoed, maar ook zeer opvallende, afstaande schubben boven de voet van de steel. De hoed is vijf tot twaalf cm breed, eerst afgerond kubusvormig, later bolrond maar met een plat tot licht ingedeukt midden. Hij is vlezig, stevig en het wittige tot bruingrijze oppervlak is rijkelijk bedekt met schubben, geplaatst in concentrische kringen. ...
>>> verder
image

Amandelslijmkop

Deze paddestoel kenmerkt zich door zeer geurig vlees dat naar bittere amandelen, kruidkoek of anijs ruikt. De hoed is drie tot acht cm breed, blad, vaalgrijs, asgrijs of grijsbruin. De plaatsjes staan ver uiteen, lopen ietwat langs de steel af en zijn wittig. ...
>>> verder
image

Anijschampignon of akkerchampignon

De plaatjes van deze paddestoel hebben geen zuiver roze kleur; verder ruikt hij naar anijs of naar bittere amandelen. De hoed is vijf tot veertien cm breed en crèmekleurig. De plaatjes hebben lange tijd een lichte kleur, worden vervolgens bruingrijs met een vleugje vleeskleur en kleuren uiteindelijk bruinrood. ...
>>> verder
image

Het rijk van de zwammen

Het hoeft ons niet te verwonderen, dat juist de herfst de tijd is van de paddestoelen, de 'vruchten' van een groot aantal vertegenwoordigers van een orde van de klasse der zwammen of schimmels (Fungi). Deze orde is die der vlieszwammen (Hymenomycetes). Bij al hun bontheid moeten de paddestoelen een belangrijke kleurstof, het bladgroen, ontberen....
>>> verder
image

Armillaria socialis

Van de soorten van het Armillaria-geslacht die op hout en in bundels groeien, heeft alleen deze paddestoel een ringloze steel. De hoed is twee tot negen cm breed en heeft gedurende een vrij lange tijd een gebogen, bijna omgekrulde, rand. ...
>>> verder
totaal: 39 | nu in beeld: 1 - 39
What's new
image

Het rijk van de zwammen

Het hoeft ons niet te verwonderen, dat juist de herfst de tijd is van de paddestoelen, de 'vruchten' van een groot aantal vertegenwoordigers van een orde van de klasse der zwammen of schimmels (Fungi). Deze orde is die der vlieszwammen (Hymenomycetes). Bij al hun bontheid moeten de paddestoelen een belangrijke kleurstof, het bladgroen, ontberen.
Advertisement
Nieuws redactie
Powered by Vivvo CMS v4.0.3