Van deze conifeer zijn een aantal variëteiten bekend. Het verspreidingsgebied van de Pinus montana var. uncinata is zeer groot : bergland van Midden- en Zuid-Europa, Midden-Spanje en Midden-Duitsland.
Wordt ook Arve genoemd. Een conifeer uit de bergen van Midden-Europa en Siberië op een gemiddelde hoogte van 1400 tot 2200 meter. Ondanks de piramidale groei wordt de boom niet hoger dan twintig meter. ...
Synoniem : Araucaria imbricata Pav. Conifeer afkomstig uit Chili waar hij veertig meter hoog kan worden. Piramidale vorm met een afgeronde kroon. Merkwaardige vorm. ...
Conifeer afkomstig uit China en sterk verspreid over Japan en Formosa. Maximale hoogte twintig meter. Stam met grijsachtige schors. ...
Een boom kan afhankelijk van de soort en de omstandigheden heel oud worden, van vele honderden tot enkele duizenden jaren. Zo kan de ginkgo meer dan 1000 jaar oud worden: in China is de oudste Ginkgo ongeveer 3500 jaar. Wilg en populier behoren tot de boomsoorten die meestal niet meer dan honderd jaar oud worden.
...
De atlasceder is een Indrukwekkende boom met een kegelvormige kroon. Blijvende naalden die in rozetjes aan kleine houtige takjes staan. ...
De ijskap op de Noordpool is dit jaar voor het vierde opeenvolgende jaar sterk in formaat afgenomen. Niet echt nieuws, maar het proces zal vermoedelijk ...
De vissen worden steeds meer bedreigd door de temperatuurstijging van de rivieren en meren, die het gevolg zijn van klimaatsveranderingen. Dat blijkt uit een rapport dat milieuorganisatie WWF vrijdag publiceerde.
...
Het koolstofdioxideniveau, de grootste verantwoordelijke voor de opwarming van de atmosfeer, is op dit ogenblik 27 procent hoger dan op eender welk moment de voorbije 650.000 jaar. Dat blijkt uit een studie van een ploeg internationale wetenschappers die donderdag is gepubliceerd.
...
De opwarming van het klimaat heeft volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ernstige gevolgen voor de gezondheid van de mensen in Europa. Zo zouden alleen al 35.000 mensen door de hittegolf in de zomer van 2003 zijn gestorven. ...
IJsberen verdrinken doordat het poolijs smelt. De ijsschotsen van waaraf zij jagen, worden kleiner en komen zo ver uit elkaar te liggen dat de dieren vaak zeer ver in zee moeten zwemmen om aan voedsel te komen. Omdat zij daarvoor niet toegerust zijn, vallen zij ten prooi aan uitputting of onderkoeling of worden zij overspoeld door de golven. ...
De jaarlijkse evolutie van het gat boven Antarctica.Het (seizoensgebonden) gat in de ozonlaag boven Antarctica is dit jaar kleiner dan vorige jaren, zo heeft de NASA bekendgemaakt op basis van metingen met de vorig jaar gelanceerde Aura-satelliet.
24.360.000 vierkante km
...
"Dit is een historische stap voorwaarts voor de wereldgemeenschap in de bestrijding van een echt globale dreiging." Kofi Annan, Secretaris-Generaal van de VN, november 2004, bij de langverwachte Russische ratificatie van het Kyoto Protocol....
1827: De Franse wis- en natuurkundige Jean-Baptiste Fourier voorspelt een atmosferisch effect dat de aarde warmer zou maken dan normaal. Hij is de eerste die ...
De stijgende concentraties aan broeikasgassen kunnen een ernstiger impact hebben dan tot nog toe gedacht. Dit staat in een lijvig wetenschappelijk rapport dat maandag door de Britse regering is vrijgegeven.
...
Warmer water dat door klimaatverandering aan de oppervlakte van oceanen ontstaat, kan het broeikaseffect verder in de hand werken. Door de opwarming mengt de bovenste ...
Een bos vermindert de hoeveelheid broeikasgas 10 keer meer dan het die vergroot. Dat stelt Bart Muys van de Afdeling Bos, Natuur en Landschap van de KUL in reactie op een recente Duitse studie waarin werd aangetoond dat bomen en planten goed zijn voor 6,3 procent van de broeikasgasuitstoot. Deze resultaten worden volgens Muys door sommigen verkeerd geïnterpreteerd en voor politieke doeleinden misbruikt....
Het 'Great Barrier Reef' in Australië. Het broeikaseffect laat steeds meer zijn sporen na. In de 20ste eeuw is de temperatuur gemiddeld met 0,6 graden Celsius gestegen, zo liet Michel Jarraud, de directeur-generaal van de World Meteorological Organization (WMO), weten bij de start van een vijfdaags forum in het Zwitserse Genève. ...
Belgie presteert in vergelijking met andere landen over de hele wereld matig als het gaat over milieubescherming. Maar op Europees niveau eindigen we laatste. Met ...
Uit satellietmetingen blijkt dat uitlaatgassen van schepen opgeklommen zijn tot het rijtje van de grootste vervuilers van de atmosfeer boven het Nauw van Calais en de Belgisch-Nederlandse Noordzeekusten. Dit hebben Duitse onderzoekers gemeld in de jongste uitgave van het vakblad Geophysical Research Letters.
...
Deze paddestoel herkent u aan de zwartige, vezelige schubben op de hoed en aan de grijzige plaatjes van volwassen exemplaren. De hoed is drie tot acht cm breed en kegelvormig tot uitgespreid en plat; hij heeft een stompe knobbel in het midden en is meestal grijs of bruingrijs. ...
Deze paddestoel heeft bijna dezelfde kenmerken als de grote stinkzwam, met dit verschil dat hij alleen in warme streken voorkomt en het omhulsel van het ei, de beurs en de myceliumdraden rozig tot paars zijn. Het jonge vruchtlichaam is bol- tot eivormig. Het heeft een diameter van twee tot vijf cm en is onderaan voorzien van een myceliumsnoer. ...
Deze paddestoel is te herkennen aan het oranje- tot kastanjebruine, behaarde oppervlak en aan de randen van de buisjes die bij jonge exemplaren wittig berijpt zijn. De hoeden zijn vier tot 22 cm breed, kunnen vier cm dik worden en zijn drie tot twaalf cm van het substraat verwijderd. ...
Deze cantharel is karakteristiek door de gelige kleur van de hoed en de plooien, en de kruidige smaak van het witgele vlees. De hoed is twee tot acht cm breed en in het begin vlak en bolrond of plat. Bij volgroeide exemplaren is hij trechtervormig. ...
Kenmerkend voor deze paddestoel is de oranjegele tot oranjerode kleur van de hoed en steel. De plooien zijn lichter, vooral bij volgroeide exemplaren. De hoed is twee tot vijf cm breed, in het begin ietwat bolrond en later trechtervormig. ...
Deze paddestoel heeft een bruine, golvende hoed en een holle, oranjegele steel. De onderkant van de hoed is voorzien van gele tot kleurloze nerven. De hoed, drie tot zeven cm breed, is aanvankelijk ingedeukt maar al snel trechtervormig en heeft een golvende, gerimpelde rand. ...
Deze paddestoel kenmerkt zich door een taaie, blijvende ring; bij jonge exemplaren kunt u meestal daarboven ook nog een vergankelijke ring aantreffen. De hoed is vijf tot twintig cm breed, vlezig, heeft een omgekrulde rand, een schubbig midden en is licht- tot donkerbruin van kleur. ...
Kenmerkend voor deze paddestoel is het droge, donzige tot schubbige oppervlak van de hoed. Hij groeit in sparrenbossen en ook onder sommige dennen. Bij jonge exemplaren is de hoed vier tot acht cm breed, halfbolvormig tot stomp kegelvormig met een gebogen rand. ...
Deze paddestoel herkent u meteen aan het knotsvormige, geel- tot okerkleurige vruchtlichaam dat bij veroudering nooit bruin wordt. Het vruchtlichaam, vijf tot tien cm hoog en zes tot dertig mm breed, is in het begin bijna cilindrisch of smal knotsvormig. ...
Het vlezige vruchtlichaam heeft een viltig tot schubbig hoedvlies. De hoed is vijf tot twintig cm breed, gewelfd en vlak tot licht ingedeukt en heeft geen knobbel in het midden. De hoedrand is gedurende een vrij lange tijd duidelijk omgekruld. ...
Kenmerkend voor deze paddestoel zijn de sombere kleur van de plaatjes en het onaangenaam ruikend vlees. De hoed is vier tot tien cm breed en gewelfd tot uitgespreid. Hij heeft in het begin een strak omgebogen rand en is meestal gegroefd en geribd; het oppervlak is fijn donzig, dof en lichtgrijs tot grijsbruin. ...
Het oppervlak van hoed en steel is altijd grijzig getint; de rand is licht van kleur en de knobbel in het midden donker. De hoed is drie tot zes cm breed, eerst klokvormig, later ietwat bolrond tot plat en meestal voorzien van een duidelijke knobbel in het midden. ...
Deze paddestoel is te herkennen aan het concentrische, ringvormige patroon op de hoed en aan de gedurende lange tijd omgekrulde, harige rand. De hoed is vier tot twaalf cm breed, in het midden ingedeukt, bruinzwart of oranje en meestal met de tijd wat verblekend. ...
Deze soort kenmerkt zich door een bruine hoed en wit vlees dat bij doorsnijden donker kleurt. De hoed is vier tot vijftien cm breed, eerst halfbolvormig, later ietwat bolrond. In het begin is hij licht behaard en later glad. Hij is meestal bruin tot bruingrijs, soms geel- of roodbruin. ...
Deze ridderzwam kenmerkt zich door een bijna getande hoedrand, plaatjes die aanvankelijk gelig zijn maar langzamerhand bruinig worden, en geel vlees in de steel. De hoed is vier tot tien cm breed, bolrond tot plat en heeft een stompe knobbel in het midden. ...
Deze soort kenmerkt zich door een leverachtige consistentie van het jonge vlees, waaruit bij doorsnijden een bloedrood vocht sijpelt. Het vruchtlichaam heeft een diameter van tien tot twintig cm en is twee tot vijf cm dik. ...
De hoed van deze boleet is zes tot vijftien cm breed, eerst bolrond en later plat tot kussenvormig. Hij heeft een stompe rand en dik vlees. Bij jonge vruchtlichamen is het oppervlak fijn donzig en dof, later glad; het heeft een licht-, olijfbruine tot donker bruingrijze kleur. ...
Kenmerkend voor deze paddestoel zijn het vlezige vruchtlichaam, de rookgrijze hoed, de wittige tot grijze buisjes en poriën en de donkere steel. De hoed is vijf tot vijftien cm breed, bolrond, golvend en heeft in het begin een naar binnen gebogen rand. ...
Deze paddestoel kunt u herkennen aan het fluwelige, berijpte hoedvlies, dat nooit barstjes vertoont. De hoed is drie tot tien cm breed, olijfbruin, bruingrijs tot bruinzwart, met vaak een vleugje paarsrood. De poriën zijn geel tot groengeel, maar krijgen op gekneusde plekken een rookblauwe kleur. ...
Deze boleet is te herkennen aan de gele kleur van de hoed, poriën, steel en vlees en aan de blauwe plekken als gevolg van een beschadiging. De hoed is vijf tot vijftien cm breed, halfbol- tot kussenvormig en heeft een licht fluwelig oppervlak. ...
Deze soort onderscheidt zich meteen van de andere boleten door de roze hoed en de gele kleur van de steel, poriën en vlees. De hoed is zes tot vijftien cm breed, halfbol- tot kussenvormig, eerst donzig en later glad. Hij is vaak gevlekt en in droge toestand gebarsten. ...
Deze paddestoel heeft een opvallende geur. Bovendien kenmerkt het jonge vruchtlichaam zich door de paarsige hoedrand. De hoed is vijf tot twaalf cm breed en bij jonge exemplaren halfbolvormig, daarna kussenvormig, soms hobbelig of gegroefd. Het oppervlak is eerst fijn donzig, later onbehaard en tot het moment van volledige rijping berijpt, vooral op de rand. ...
Het opvallendste kenmerk van deze paddestoel is de rozige kleur van de hoed, van het middenstuk van de steel en van het vlees in de voet, dat zichtbaar wordt bij doorsnijding. De hoed is zes tot twintig cm breed, bolrond tot kussenvormig, vlezig , vaak met een gerimpeld tot hobbelig oppervlak, droog, dof, donzig in het begin, later glad. ...
Dit is een warmteminnende of thermofiele, buitengewoon forse boleet met blauw kleurend vlees. De hoed is vijf tot vijftien cm breed en heeft in het begin een fijn donzig en later een glad oppervlak. Hij heeft meestal een oudroze kleur die bij aanraking blauw tot roodachtig wordt. ...
De hoed is bloedrood en kleurt in het middel geel. De plaatjes en de steel zijn wittig; de smaak is zeer scherp. De hoed is drie tot negen cm breed, is aanvankelijk glad op de rand, later gegroefd en heeft bij vochtig weer een glimmend, plakkerig oppervlak. ...
Deze paddestoel, ook wel breedplaatstreephoed genoemd, is te herkennen aan de buikige, soms wel drie cm hoge plaatjes en aan de myceliumdraden waarmee de steel met het onder de grond verborgen hout verbonden is. ...
De vruchtlichamen van jonge exemplaren zijn glad en bekervormig en van oude exemplaren ruw en plat. Ze hechten zich vast op hout of in de grond. Het vruchtlichaam is vier tot vijftien cm breed en in het begin kelkvormig, met het verouderen wordt het platter en krijgt het een gelobd uiterlijk. ...
Kenmerkend voor deze paddestoel is de kastanje- tot zwartbruine hoed die opvallend contrasteert met de wittige poriën van jonge exemplaren. De hoed is vijf tot twintig cm breed, halfbolvormig, uitgespreid tot bijna vlak, heeft dik vlees en vertoont vaak rimpels. ...
Kenmerkend voor deze paddestoel zijn de meestal anijsachtige geur van het vlees en de groeiwijze : in bundels op dood hout. De hoed is twee tot zeven cm breed, trechter-, schelp- of lepelvormig en heeft een gebogen rand. Hij is buigzaam, glad en meestal vlees- tot okerkleurig. ...
Deze paddestoel met een bruingrijze, betrekkelijk lichte hoed groeit in bundeltjes op de grond. De hoed is vijf tot twaalf cm breed en heeft in het begin een omgekrulde rand; het oppervlak is glad en meestal bruingrijs. De plaatjes staan zeer dicht opeen, zijn dun en wittig tot roomwit; bij oude vruchtlichamen zijn ze soms wat grijs tot vleeskleurig getint. ...