Het Palearctisch gebied
Het palearctisch gebied
De zoögeografie (leer van de verspreiding van de dieren over de wereld) geeft meer dan de helft van de aarde aan als het palearctisch gebied. Het woord palearctisch is afgeleid van twee Griekse woorden : palaios = uit vroegere tijden, en arctos = beer, sterrenbeeld de Grote Beer, dus het noorden.
De invloed van de mens
Aangezien het palearctisch gebied tot het sterkst geïndustrialiseerde gebied van de wereld behoort, is het nauwelijks verbazingwekkend dat het natuurlijke evenwicht daar belangrijk is verstoord. De enige gebieden die hieraan ontsnapten zijn de onherbergzame streken in het koude noorden, de hoge bergkammen, de toendra's en de woestijnen. ...De dieren van het noordpoolgebied
De noordpool ligt, in tegenstelling tot de zuidpool, in het midden van een oceaan. Het is een zo koude wereldzee, dat het grootste deel ervan doorlopend is bedekt met een dikke laag ijs. Die ijslaag is zo sterk - tot meer dan zes meter dik - dat het ijs niet breekt, zelfs niet onder het gewicht van het zwaarste landdier. De klimatologische omstandigheden die het ijs hebben doen ontstaan, zijn zo slecht, dat alleen een zeer beperkt aantal diersoorten zich kan handhaven. ...De kleinere dieren van de toendra
Langs vrijwel de hele noordelijke kustlijn van Europa en Azië, van de noordpunt van Noorwegen in het westen tot aan de Beringstraat in het oosten, strekt zich het boomloze landschap uit dat we de 'toendra' noemen. Landinwaarts wordt de toendra scherp begrensd door de noordelijke naaldbossen, de 'taiga'. De toendra is het grootste deel van het jaar een troosteloze, ijzige, barre vlakte van ruim achtduizend kilometer lang, maar met een grootste breedte van slechts vijfhonderd kilometer. Toch is het dieren- en plantenleven er verrassend rijk en gevarieerd....Voorjaar op de toendra
Eind mei smelt op de toendra de sneeuw weg en er ontspruit nieuw plantenleven aan de al onder de sneeuw gevormde knoppen. Dat lijkt voor ons, die een meer gematigd klimaat gewend zijn, haast onmogelijk snel te gebeuren. Plotseling is de vlakte bezaaid met de bloemen van papavers, ooievaarsbekken, vergeet-mij-nietjes en steenbreek. Al even snel vormen zich poelen en ondiepe meren. Er verschijnen pollen moerasplanten zoals zegge en zwenkgras, en grote kluiten korstmos, die merkwaardige levensvorm die eigenlijk een vereniging is van een wier en een schimmel. Met al die poelen en meertjes verschijnen er grote zwermen insecten : allerlei muggen, schietmotten en waterjuffers. ...De taiga : woud en moeras
Ten zuiden van de toendra strekt zich op het hele noordelijk halfrond een gordel uit die we de 'taiga' noemen. De taiga vormt in Europa en Azië het grootste aaneengesloten landschap ter wereld : twaalf miljoen vierkante kilometer. Dat is meer dan de oppervlakte van geheel Europa. Op het zuidelijke halfrond ontbreekt een overeenkomstige gordel, omdat daar op die breedte geen landmassa's voorkomen. ...De taiga als toevluchtsoord
Vele dieren van de taiga wonen daar niet omdat ze direct of indirect van de naaldbomen afhankelijk zouden zijn, maar om de beschutting en bescherming die ze er vinden. Zo overwintert het rendier er, omdat hij daar beschut is tegen de ijzige winden op de toendra. En de wolf, die eigenlijk het open veld verkiest boven de bossen en nog enkele eeuwen geleden in Europa rondzwierf, is zo meedogenloos door de mens achtervolgd, dat hij zich alleen nog kan handhaven in woeste, afgelegen streken als de taiga en de toendra. Eerst nu begint de mens tot in het inzicht te komen dat de wolf een uiterst nuttige rol speelt in de natuur, door het opruimen van de zwakke en ongezonde dieren onder de planteneters. ...De bossen van de gematigde streken
Zo scherp als de taiga in het noorden wordt begrensd - door de toendra - zo vaag is de begrenzing van de taiga in het zuiden. Het aantal loofbomen neemt dan steeds toe, totdat we in de gemengde bossen zitten. Dan vermindert het aantal naaldbomen en nog verder naar het zuiden komen vrijwel uitsluitend loofbomen voor, zoals eiken, beuken en kastanjes, vermengd met klimop, kamperfoelie, hazelaar en talloze kruidachtige planten op de bodem. ...Gematigde luchtstreken van het oosten
Men kan het palearctisch gebied (Europa, Noord-Afrika en Azië ten noorden van de Himalaya) verdelen in een oostelijk en een westelijk gedeelte. Het oostelijke gedeelte is het kleinst en omvat meer China en Japan. De bosgebieden in de gematigde streken in het oosten verschillen enigszins van die in het westen. Men vindt in het oosten net als in het westen breedbladige loofbomen, die hun bladeren in de winter laten vallen. Maar in de meer zuidelijk gelegen gebieden in het oosten, waar het klimaat milder is door uit zee afkomstige warme lucht, komen breedbladige, altijd groene bomen en bamboebossen voor. ...De kleine dieren van de steppe
Ten zuiden van het westelijk deel van de taiga liggen de steppen. Het zijn enorme, met gras begroeide vlakten. De steppen strekken zich uit van Oost-Europa en de Hongaarse vlakten tot het Altai-gebergte in West-China. De kleur van de steppen is een mengeling van geel, bruin en grijs. In grote gedeelten van het steppegebied is geen enkel herkenningsteken te zien. Er is alleen maar gras. ...De grote woestijn
In het oosten wordt het steppegebied geleidelijk steeds woestijnachtiger. Tenslotte gaat het in Mongolië over in de onherbergzame en barre Gobi-woestijn. De Gobi-woestijn staat bekend als een koude woestijn. Het is er tijdens de winter inderdaad bitter koud, maar tijdens de zomer heerst er een verzengende hitte. Overdag komen temperaturen voor van vijftig graden Celsius in de schaduw en in de zon vlak boven de grond van tachtig graden Celsius. ...De bergen van Azië
Veel van 's werelds hoogste bergen liggen in het palearctisch gebied. Het machtige Himalaya-gebergte met als hoogste berg de Mount Everest ligt in de overgangszone tussen het palearctisch gebied en het Verre Oosten. De gebergten van Europa en Noord-Afrika zijn niet zo hoog. Toch mogen de Alpen, de Apennijnen, de Pyreneeën en de Atlas er ook zijn. ...Bergland van Europa en Noord-Afrika
Hoog in de bergen is de lucht zo ijl, dat dieren uit het laagland er last van hebben. Dat geldt trouwens ook voor mensen. De meeste bergen van Europa en Noord-Afrika zijn echter niet zo hoog. De dieren in dat gebied hebben het, wat hun natuurlijke omstandigheden betreft, dan ook niet zo moeilijk als de dieren in het hooggebergte, zoals de Himalaya. Maar ze moeten wel meer strijd voeren tegen de steeds opdringende mens met zijn kudden vee. Het gebied waarin de in het wild levende dieren hun voedsel moeten vinden, wordt steeds kleiner. Bovendien komt daarbij nog de milieuvervuiling door de industrie. ...De stervende Middellandse Zee
Vakantiegangers die net een bad in de Middellandse Zee hebben genomen, vinden het vast niet leuk om te horen dat ze in de grootste beerput van de wereld hebben gezwommen. Helaas is dat tegenwoordig wel het geval. De Middellandse Zee, eens beroemd om haar helder blauwe water, is de laatste jaren onrustbarend vervuild. Deze fatale vervuiling moeten we volledig toeschrijven aan de onnadenkendheid en het gebrek aan een vooruitziende blik van de mens. Het rioolwater van meer dan honderd steden wordt er praktisch ongezuiverd ingepompt. Fabrieken ver landinwaarts lozen hun giftig afvalwater in de rivieren, die tenslotte uitmonden in de Middellandse Zee. ...De Camargue en de Coto do Donana
Te midden van de kusten van de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, waar het dierenleven sterk uitgedund is, zijn er twee ingesloten stukjes land die nog veel zeldzame en interessante diersoorten herbergen. Het zijn de Coto do Donana in Spanje en de Camargue in Frankrijk. Beide gebieden zijn niet meer dan een paar vierkante kilometer groot. De landschappen lijken in verschillende opzichten sterk op elkaar. Het zijn allebei vlakke, moerassige, sterk zouthoudende delta's van rivieren, die traag in zee uitstromen. ...De grote palearctische woestijn
Ten zuiden van het palearctische gebied, tussen het Ethiopische en het oriëntaalse gebied, ligt een overgangszone. Dieren uit oost en west treft men hier door elkaar aan. Slechts enkele soorten vinden dit landschap aantrekkelijk, met uitzondering van de dichtbevolkte, sinds lang bebouwde noordoostelijke provincies van China. Behalve deze provincies en het Himalaya-gebergte, bestaat het overgangsgebied praktisch geheel uit woestijn. Deze wordt ook wel de grote palearctische woestijn genoemd. ...Chinese dieren
Ten oosten van Tibet bestaat er geen belangrijke barrière die dieren verhindert om tussen het palearctisch gebied en het oriëntaalse gebied heen en weer te gaan. Het gevolg is, dat China veel immigranten krijgt uit de steppen en wouden in het noorden, uit de Himalaya en vanuit het oriëntaalse gebied. Dit is in het bijzonder het geval met Szetsjwan, de bergachtige, altijd bewolkte provincie die direct oostelijk van de Himalaya en ten noorden van de rivier de Jangtsekiang ligt. ...
totaal:
17
| nu in beeld:
1 - 17



