Home | Dieren | Ongewervelde dieren

Ongewervelde dieren

image

Zandbij

Zandbijen zijn lang behaarde, solitair nestelende bijen met een korte snuit. De verschillende soorten zijn niet gemakkelijk van elkaar te onderscheiden en hebben een zeer uiteenlopend formaat (zes tot twintig mm.).
Advertisement
image

Zee-egel

Deze zee-egels staan bol van de scherpe stekels en dit biedt zo'n goede bescherming, dat alleen de meest vasthoudende belagers zich er niet door laten afschrikken. Onder de veilige dekking van hun stekels kunnen deze robuuste zeedieren zich onder de golven rustig concentreren op de rotsen, waar ze met hun vijf sterke tanden planten en dieren vanaf schrapen. ...
>>> verder
image

Zijdebij

Zijdebijen zijn solitaire bijen met een korte snuit (oerbijen). De soorten van het geslacht Colletes zijn tot vijftien mm. groot, die van het geslacht Hylaeus zo'n vier tot acht mm. ...
>>> verder
image

Zwarte waterspringstaart

Een vleugelloos oerinsect dat amper één tot twee mm. lang wordt. De huid is bezet met talrijke waterafstotende wratjes. De facetogen bestaan uit slechts acht afzonderlijke ogen of zijn bij heel wat soorten zelfs afwezig. Heel typisch bij springstaarten is een gevorkt springapparaat dat in rust onder het achterlijf wordt geklapt. ...
>>> verder
image

zwarte weduwe

Deze giftige, glanzende zwarte spinnen zijn de bekendste en grootste van de kogelspinnen. Zwarte weduwen zijn solitair en brengen het grootste deel van hun leven in hun web door, waar ze geduldig wachten op insecten die erin verstrikt raken. ...
>>> verder
image

Zwarte wegmier

Het is de talrijkst voorkomende mier in diverse gebieden. Het hoofdvoedsel van de zwarte webmier bestaat uit de honingdauw van schild- en bladluizen. ...
>>> verder
image

Wapenvlieg

Wapenvliegen zijn met hun veertien tot zestien mm. doorgaans duidelijk groter dan kamervliegen. In Europa komen nog een honderdtal andere soorten voor. Ze zijn zwart en geel of metaalachtig gekleurd. Het brede, platte lijf steekt zijdelings onder de samengevouwen vleugels uit. Hun 'wapen' is een stekel op het einde van het borststuk. ...
>>> verder
image

Weidehommel

Hommels zijn sterk behaarde, krachtig gebouwde echte bijen. Hun volken leven meestal in een ondergronds nest. Ze zijn ook bij lage temperaturen actief en kunnen daarom verder dan andere bijen doordringen in het subarctisch gebied en in hoger gelegen streken. ...
>>> verder
image

Woestijnsprinkhaan

Generatie na generatie leven woestijnsprinkhanen onberispelijk in de droge graslanden van Afrika en Azië. Maar soms zorgen geschikte omstandigheden zoals regen ervoor dat deze insecten in zulke grote aantallen broeden, dat ze met enorme zwermen in de lucht vliegen, en iedere plant op hun pad of zelfs hele gewassen opvreten....
>>> verder
image

Wolfspinnen

Wolfsspinnen maken geen web om prooi te vangen. Het zijn jachtspinnen: zij vangen hun prooi lopend. Vóór de paring maken de mannetjes ingewikkelde baltsbewegingen om het jachtinstinct van het wijfje uit te schakelen en haar paringsbereid te maken. ...
>>> verder
image

Violette loopkever

De dekschilden en het halsschild van de overigens zwarte kever zijn roodviolet, blauw of groen afgezoomd. Poten en sprieten zijn eveneens zwart. De lange, ovale dekschilden zijn fijn gekorreld. Het is een zeer variabele soort met een sterke neiging tot het ontwikkelen van ondersoorten. ...
>>> verder
image

Vliegend hert

Het mannetje wordt 35-72 mm, het wijfje 30-45 mm. Het is een onmiskenbare soort, met aanzienlijke verschillen tussen mannetjes en wijfjes. Bij het mannetje is de bovenkaak geweiachtig vergroot, de eigenlijke grootte ervan hangt samen met het voedselaanbod tijdens de ontwikkeling als larve. ...
>>> verder
image

Vlinderhaft

Terwijl de wetenschappelijke soortnaam (Ascalaphus libelludoides) wijst op gelijkenis met libellen, verwijst de Nederlandse naam naar vlinders. Vlinderachtig zijn de vooraan knotsvormig verdikte sprieten, het pelsachtig zwart behaarde lichaam en vooral de levendige geel-zwarte kleur van de vleugels. ...
>>> verder
image

Vlinder

De vlinders worden gerekend tot de Lepidoptera of de schubvleugeligen. Na de kevers vormen de vlinders de orde met het grootste aantal soorten. Tot nu toe zijn er niet minder dan 160.000 verschillende soorten vlinders beschreven ! ...
>>> verder
image

Tegenaria atrica

Met een tiental soorten is dit geslacht trechterspinnen in de lage landen vertegenwoordigd. Ze zijn te herkennen aan hun lange poten en aan het trechtervormig web met een aan beide uiteinden geopende woonbuis. Deze huisspin wordt zo'n achttien mm. groot. ...
>>> verder
image

Tengere pantserjuffer

Lichaamskleur zoals bij de gewone pantserjuffer, maar niet blauw berijpt. Typisch voor de tengere pantserjuffer is het effen lichtbruine pterostigma. Met haar 45 mm. lengte behoort ze tot de grootste vijverjuffers. ...
>>> verder
image

Termiet

In een termietenkolonie krioelen miljoenen insecten. Het nest bestaat uit vele ruimtes, waaronder kraamkamers, tuinen en opslagplaatsen. Blinde werkers gebruiken hun superieure reukvermogen om hun weg te vinden door de vochtige, warme tunnels om hun dagelijkse karweitjes te verrichten. Felle soldaten jagen indringers weg en in het midden legt één koningin een eindeloze hoeveelheid eitjes. ...
>>> verder
image

Thomisus onustus

Mannetje en wijfje zijn iets kleiner dan die van de gewone krabspin. Het achterlijf is trapezevormig; meestal geel van kleur (in Zuid-Europa ook wit of roze). ...
>>> verder
image

Tuinduizendpoot

Net als de Gewone Duizendpoot hebben ze twee krachtige gifklauwen, die van bovenaf echter nauwelijks te zien zijn. Ogen ontbreken. Wel is het laatste potenpaar omgebouwd dot sprietachtige tastorganen. Europa telt een vijftiental gelijke soorten....
>>> verder
image

Tuinhommel

Deze hommel lijkt qua kleur en grootte sterk op de aardhommel, maar hij heeft meestal drie gele ringen in plaats van twee. Een duidelijk kenmerk is de lichtgele onderzijde en de lange kop van het diertje. ...
>>> verder
image

Tuinschalebijter

Dekschilden en halsschild zijn violet of blauw afgeboord. De lijsten op de dekschilden steken amper uit. Op regelmatige tussenafstanden worden ze onderbroken door violette of niet anders gekleurde kuiltjes. De kop is grof gerimpeld. ...
>>> verder
image

Sabelsprinkhanen

De groene sabelsprinkhaan lijkt met zijn naar beneden gebogen kop wel wat op een paard. Deze sprinkhaan wordt ongeveer 3,5 cm lang en hij heeft lange, krachtige achterpoten, waarmee hij grote sprongen kan maken. Hij heeft vier vleugels. Deze zijn langer dan zijn lichaam en in rusttoestand zijn ze tegen het lichaam gevouwen. Daarbij bedekken de vaste voorvleugels de gevouwen achtervleugels, die alleen tijdens het vliegen worden gebruikt....
>>> verder
image

Saharaschorpioen

De Saharaschorpioen heeft drie ondersoorten : A. australis australis die geheel geel is, A. australis lybicus die grotendeels zwart is en A. australis hector, die grotendeels bruin is. Er zijn zo'n 1400 soorten schorpioenen die tot de groep van de spinachtigen behoren. ...
>>> verder
image

Schietmot

Schietmotten worden door specialisten in de systematiek ondergebracht in de buurt van de vlinders. Leken kennen ze misschien niet dankzij het imago, maar wel doordat de in het water levende larven van heel wat soorten kunstige en soortspecifieke kokers bouwen. ...
>>> verder
image

Schorpioenvlieg

De achttien tot twintig mm. grote dieren hebben vrij lange, sterk geaderde en bruin gevlekte vleugels. Vooraan is de kop snuitachtig verlengd. Terwijl het achterlijf bij het wijfje spits uitloopt in een legapparaat, is het mannetje op die plaats voorzien van een paringsorgaan dat doet denken aan de angel van een schorpioen. ...
>>> verder
image

Stalvlieg

De stalvlieg is iets kleiner dan de huisvlieg, zo'n vijf tot acht mm. Voor de rest lijkt ze wel erg op de huisvlieg, op de naar voren gerichte steeksnuit na. ...
>>> verder
image

Steenvlieg

Al 250 miljoen jaar geleden waren er steenvliegen. Er zijn thans 2.000 bekende soorten. In tegenstelling tot de haften dragen alle ontwikkelingsstadia slechts twee achterlijfaanhangsels. De achtervleugels zijn meestal groter en breder dan de voorvleugels. In rust worden de vleugels plat op de rug gelegd. Perlodes-soorten worden zes tot vijfentwintig mm. lang....
>>> verder
image

Stenocarakever

Door vocht uit mist op te vangen kan deze bijzondere insectensoort zelfs in de droogste gebieden nog water vinden. Na miljoenen jaren in het zonovergoten klimaat van de Afrikaanse Namibwoestijn, hebben de stenocarakevers zich aangepast aan de hitte. Ze hebben hun vleugels verloren en hun vleugelschilden zijn aaneen gegroeid tot een schelp, die het zo kostbare lichaamsvocht vasthoudt....
>>> verder
image

Streepjesspin

De vrouwtjesstreepjesspin is één van de meest plichtsgetrouwe van alle moeders en ze blijft zelfs na haar dood voor haar kinderen zorgen door haar eigen lichaam voor hen achter te laten om op te eten. Als ze nog leeft, voedt de moeder haar jongen op een manier die ongebruikelijk is voor spinnen : ze braakt voedsel uit dat de jongen kunnen opzuigen. Het verzorgende gedrag dat de streepjesspin tentoon spreidt, is zeer zeldzaam bij ongewervelde dieren. ...
>>> verder
image

Suikergast of zilvervisje

In oudere woningen vindt men vaak deze mooi zilverachtig glanzende, tot elf mm. grote diertjes. Ze wijzen niet op gebrekkige hygiëne, wel op de aanwezigheid van schuilplaatsjes die in moderne huizen zelden beschikbaar zijn. Net als de springstaarten behoren ze tot de ongevleugelde oerinsecten. Aan het uiteinde van het achterlijf hebben ze drie uitsteeksels. De zilveren schubben zijn tastorganen....
>>> verder
image

Regendaas

Dazen zijn krachtig gebouwde middelgrote tot zeer grote vliegen (tot 25 mm). De regendaas is ongeveer tien mm. en heeft troebel gevlekte vleugels die iets verder uitsteken dan het achterlijf. ...
>>> verder
image

Reuzenhoutwesp

Het wijfje heeft op het laatste rugsegment een zijdelings getand uitsteeksel; bij het mannetje zit het uitsteeksel op het laatste buiksegment. De reuzenhoutwesp wordt zo'n 12-40 mm. groot en heeft een patroon van zwart en geel. ...
>>> verder
image

Rode bosmier

Dat mieren vliesvleugelen zijn, merkt men pas op wanneer men de gevleugelde vorm te zien krijgt. De werksters zijn immers altijd ongevleugeld. De rode bosmier is met haar zes tot elf mm. onze op één na grootste inheemse mier. ...
>>> verder
image

Rode waterjuffer of vuurjuffer

In tegenstelling tot de vijverjuffers houdt deze familie haar vleugels meestal bij elkaar. Bij de soorten die bij ons voorkomen, overwegen lichtblauwe tinten, maar de vuurjuffer is rood. Bij de wijfjes hebben alle achterlijfsegmenten bovenaan zwart, bij de mannetjes alleen de laatste. Deze ongeveer 33 mm. lange soort is één van de vroegste libellen : ze vliegt reeds van eind april tot augustus....
>>> verder
image

Rolpissebed

Er bestaan meer dan vierduizend soorten pissebedden, waarvan ongeveer één procent bij ons. Ze vormen een ecologisch zeer veelzijdig onderdeel van de kreeftachtigen. Meestal is deze rolpissebed effen of licht gevlekt donkergrijs. Hij wordt tot vijftien mm. lang. ...
>>> verder
image

Rood soldaatje

Het rood soldaatje wordt zeven tot elf mm. groot en is geelrood met donkere vleugeltoppen. De verschillende soorten van dit geslacht zijn zeer moeilijk van elkaar te onderscheiden. ...
>>> verder
image

Rozekevertje

Het rozekevertje is een 8,5 tot 11 mm. grote kever met groen tot zwart, metaalachtig glimmend halsschild en lichtbruine dekschilden, met telkens zes rijen puntjes. Poten en onderkant met licht gekleurde beharing. ...
>>> verder
image

Runderdaas

Met de grote facetogen is de kop van een runderdaas van bovenaf gezien duidelijk minder lang dan breed. Door interferentie schitteren de ogen vaak in prachtige kleuren. Met haar 18 tot 25 mm. behoort ze tot de grootste Europese vliegen....
>>> verder
image

Paardenmestkever

Grootte : 12-19 mm. Blauwzwart gekleurde kever met blauw afgezoomde dekschilden, waarop zeven rijen puntjes lopen. Het halsschild is afgezoomd met een richel en onregelmatig gestipt. Het hele lichaam maakt een sterk gewelfde indruk. ...
>>> verder
image

Paardenbijter

Een 60 tot 65 mm. grote libel met bruin borststuk, bovenaan twee kleine gele streepjes en opzij brede gele banden. Tussen de achtervleugels hebben mannetjes en vrouwtjes op het voorste deel van het achterlijf een gele driehoek. ...
>>> verder
image

Pardosa lugubris

Wolfspinnen jagen vrij en bouwen op een enkele uitzondering na geen web. Het familiekenmerk is de plaats van de ogen. Bij de afgebeelde soort strekt de lichte rugstreep zich naar voren uit. De wijfjes worden zeven mm. groot. ...
>>> verder
image

Perzikdopluis

Schild- en dopluizen worden slechts een paar mm. groot. Van de ongeveer vierduizend bekende soorten komen er in Europa een tweehonderdtal voor. De mannetjes hebben grote voorvleugels en gereduceerde achtervleugels. ...
>>> verder
image

Pholcus opilionoides

Deze vijf mm. grote soort hooiwagenspin is naar de P. phalangioides (die tweemaal zo groot is) de enige vertegenwoordiger van haar familie in West- en Midden-Europa. ...
>>> verder
image

Portugees oorlogsschip

Het oorlogsschip wordt gevreesd om zijn krachtige steek. Hij is één van de eenvoudigste diervormen, heeft geen hersenen en reageert onwillekeurig op prikkels. Hoewel hij er als één dier uitziet, vormt hij in werkelijkheid een kolonie van vele met elkaar verbonden dieren (poliepen), met elk hun eigen taak. Hij heeft tentakels tot wel zestig meter lang en een zwemblaas die lijkt op de hoed die Portugese zeelieden in de Middeleeuwen droegen. Zo komt hij aan zijn naam. ...
>>> verder
image

Oproller

Deze diertjes hebben een lichaam van zeven tot twintig mm. lang, met slechts twaalf tot dertien rompringen, die bij volwassen dieren van de afgebeelde soort effen glimmend zwart zijn, maar bij andere soorten voorzien kunnen zijn van gele of rode rijen vlekjes. De kleine pootjes zijn van bovenaf niet te zien. ...
>>> verder
image

Oorworm

De oorwormen in onze streken zijn vijf tot 25 mm. grote, licht- tot donkerbruin gekleurde insecten. Hoewel ze een vleugelloze indruk wekken, hebben ze wel degelijk vleugels en kunnen ze in de meeste gevallen ook vliegen. Typisch zijn de krachtige tangen aan het uiteinde van het achterlijf, bij mannetjes voorzien van kleine tandjes. Ze dienen als wapen tegen vijanden en rivalen, om prooien vast te grijpen en om de vleugels te ontvouwen. Ook bij de copulatie spelen ze een rol....
>>> verder
image

Noordse kakkerlak

In tegenstelling tot de bakkerstor en aanverwanten is deze soort inheems in Europa. De Noordse kakkerlak wordt dertien mm. lang en is bruinzwart. De mannetjes hebben goed ontwikkelde dekschilden en vleugels, waarvan ze ook veel gebruik maken. De dekvleugels van het wijfje zijn korter, haar vliegvleugels sterk gereduceerd. ...
>>> verder
image

Malariamug

Er bestaan veel soorten malariamuggen. Europa alleen telt meer dan honderd, deels moeilijk van elkaar te onderscheiden soorten steekmuggen. ...
>>> verder
image

Meelwormkever

De enigszins lange kever (12-18 mm) is bruin tot zwart glanzend. Op de dekschilden lopen fijne stippellijntjes en ook het halsschild is fijn en gelijkmatig gestipt. Het halsschild is minder lang dan breed. De geledingen van de korte sprieten zijn licht verdikt. Sprieten en poten zijn roodbruin. ...
>>> verder
image

Meikever

De meikever wordt ongeveer 2-3 cm lang. Zijn lichaam is omgeven door een chitinepantser. Dit geeft hem steun en beschermt hem tegen uitdroging en beschadigingen. Het lichaam is onderverdeeld in vele leden. Deze zijn onderling verbonden door dunne verbindingsvliesjes. Dit verleent de meikever toch een zekere beweeglijkheid. ...
>>> verder
1 2 3 next totaal: 117 | nu in beeld: 1 - 50
What's new
image

Ongewervelde dieren

Alle levende wezens, die geen wervelkolom bezitten, worden ongewervelde dieren genoemd. 96% van alle diersoorten horen hierbij. Maar 4% hoort bij de gewervelde dieren.
Advertisement
Nieuws redactie
image

Gino Rouzee

Veel leesgenot.
Powered by Vivvo CMS v4.0.3